Rooi wil sloop alle monumenten
Om de restauratie van de Gouden Leeuw te bespoedigen heeft het College de ergoedverordening drastisch aangepast.
Lees en huiver hoe dit werd medegedeeld aan dhr van Vessem.
In rood aan gegeven is mijn commentaar op deze brief.
Sint-Oedenrode 04-03-2010
Wij ontvingen uw brief van 11 januari 2010 Uw antwoord is niet binnen 6 weken ontvangeninzake de restauratie van het pand Markt 10 te Sint Oedenrode. Gedurende lange tijd is sprake van een bouwstop van de voorgenomen restauratie. Wij zijn met u van mening dat dit een onwenselijke situatie is. Inmiddels zijn er enkele recente ontwikkelingen in deze zaak waarover wij u graag informeren.
Door de gemeenteraad is in de vergadering van 28 januari 2010 een motie unaniem aanvaard, waarin ons college wordt gevraagd om zoveel mogelijk in onderling overleg proberen te bewerkstelligen dat de restauratie van het pand Markt 10 zo snel mogelijk wordt hervat. Voor de restauratie van het pand zijn zowel een bouwvergunning als een monumentenvergunning verleend.
Door de gemeenteraad is in de vergadering van 28 januari 2010 een motie unaniem aanvaard, waarin ons college wordt gevraagd om zoveel mogelijk in onderling overleg proberen te bewerkstelligen dat de restauratie van het pand Markt 10 zo snel mogelijk wordt hervat. Voor de restauratie van het pand zijn zowel een bouwvergunning als een monumentenvergunning verleend.
Door de vergunninghouder is kenbaar gemaakt op welke wijze hij voornemens is om de restauratiewerkzaamheden te gaan uitvoeren. Wat en wanneer is dit afgesproken, van Stiphout had binnnen 6 weken na ontvangst van de bouwvergunning bezwaar in moeten dienen, dit is tot op heden nog steeds niet gebeurd.
Wij hebben ons bezonnen over de ontstane problematiek en berichten u onderstaande over onze overwegingen en de besluiten die wij met betrekking tot deze aangelegenheid hebben genomen;
Naleving van de monumentenvergunning
Op grond van artikel 10, lid 3 van de Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008 hebben wij in onze vergadering van 2 maart 2010 nadere regels vastgesteld. De openbare besluitenlijst staat tot op heden niet op internet Deze nadere regels zijn op 4 maart 2010 bekend gemaakt en op 5 maart 2010 in werking getreden. In deze nadere regels is een opsomming opgenomen van een aantal werkzaamheden aan een gemeentelijk monument die als vergunningsvrij kunnen worden aangemerkt. Een exemplaar van deze nadere regels treft u bijgaand aan. Tegen de vaststelling van deze nadere regels is overigens geen rechtstreeks bezwaar of beroep mogelijk. Ik vraag mij hierover het volgende af: 1 waarom is de monumentencommissie hierover geen advies aangevraagd? 2. De toevoegingen zijn van dermate grote invloed dat hierdoor Lid 1 & 2 worden overruled zodat mijns inziens dit niet onder de bevoegdheid van het College valt. Het uiterlijk aanzicht van het bouwwerk wijzigt niet. Wij zijn, gelet op de inhoud van deze nadere regels, van mening dat de door de vergunninghouder voorgenomen restauratiewerkzaamheden aan het pand Markt 10 als vergunningsvrij kunnen worden aangemerkt. Dit is wel vreemd dat ik in het ED 6 maart lees dat van Stiphout helemaal niet wil restaureren ondanks dat deze dat heeft toegezegd.
Naleving van de bouwvergunning
Wij zijn van mening dat voor de voorgenomen uitvoering van de restauratie geen wijziging van de verleende bouwvergunning noodzakelijk is. Dat heeft te maken met het feit dat de muur die op de bij de bouwvergunning behorende bouwtekening staat niet als "te handhaven muur" is aangeduid. In de door 3 partijen getekende overeenkonst echter staat dat de gevel behouden dient te blijven.
Wel zal volgens de bouwtekening naar het voegwerk moeten worden gekeken. Wanneer dat voegwerk slecht is dan moet in het kader van een zo goed mogelijk herstel naar de totale bouwkundige kwaliteit van de muur worden gekeken en sloop met herbouw van bestaande materialen kan dan ook bouwkundig gewenst zijn. Het gaat hierbij niet om constructieve elementen. Een muur is wel degelijk een contsructief element. Hierdoor is de voorgenomen uitvoering zoals aangegeven door de vergunninghouder niet in strijd met de bouwvergunning.
Daar komt bij dat uit deskundigenadviezen blijkt dus niet de monumentencommissie, in het bijzonder de second opinion die door het Monumentenhuis Brabant b.v. is uitgevoerd, dat vooral het uiterlijk van het bouwwerk als monumentaal moet worden aangemerkt. Deze zal door de voorgenomen uitvoering ook niet worden aangetast. De second opnion is niet diegene die u aan ons heeft voorgedragen, ik had dhr Wonders van bouwbedrijf van de Ven gevraagd, hier ging van Stiphout niet mee akkoord.
Bij de voorgenomen uitvoering van de restauratie is naar onze overtuiging dan ook geen wijziging van de bouwvergunning noodzakelijk.
Naleving van de sloopvergunning
Wat betreft de afwijking van de verleende sloopvergunning merken wij op dat wellicht in geringe mate meer wordt gesloopt dan overeenkomstig de op 4 september 2007 verleende sloopvergunning is toegestaan. Van Stiphout heeft al meer gesloopt dan was toegestaan. Aangezien de als gevolg van de sloop vrijkomende materialen in dit geval worden hergebruikt is er geen sprake van sloop in de zin van de gemeentelijke bouwverordening. Het begrip "slopen" in de bouwverordening veronderstelt dat wordt gesloopt waarbij de vrijgekomen materialen worden afgevoerd. De voorschriften in de sloopvergunning zijn daar ook op gericht en daarvan is hier geen sprake. Uiteraard is dat mogelijk echter is dit te handhaven van Stiphout zei in het ED dat hij geen architect achter zich aan wilde hebben?
Wij hebben uw brief van 11 januari 2010 niet als een aanvraag beschouwd tot het nemen van een handhavingsbesluit van de verleende bouwvergunning. Op uw brief van 18 februari jl. kunt u separaat een schriftelijke reactie van ons tegemoet zien.
Voor zover uw brieven moeten worden beschouwd als een verzoek om handhaving van de verleende monumentenvergunning en de sloopvergunning zijn wij van mening dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag afkomstig moet zijn van een belanghebbende. In het kader van de toepassing van de monumentenwetgeving en de regeling omtrent het slopen, zoals opgenomen in de gemeentelijke bouwverordening, zijn alleen diegenen die eigenaar zijn van het betreffende monument of eigenaar van een direct aangrenzend perceel als belanghebbende aan te merken. Daarnaast kan onder omstandigheden een gebruiker van een monument als belanghebbende worden aangemerkt. Aangezien u niet aan één van deze kwalificaties voldoet kunnen wij dan ook niet verder ingaan op de naleving van de monumentenwetgeving anders dan hetgeen de voorzitter van ons college u daarover reeds heeft geïnformeerd en hierover eerder in deze brief is vermeld. Dat kan uw mening zijn echter de gemeente Sint-Oedenrode & de firma van Stiphout en ondertekende hebben een schriftelijke overeenkomst getekend, een schriftelijk overeenkomst kan alleen ontbonden worden door een gerechtelijke uitspraak, dit staat boven een de AWB. Omdat deze overeenkomst nog steeds geldig is ben in hierdoor ook belanghebbende. U bent belanghebbende als uw belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken (artikel 1:2, eerste lid, Awb). Zie http://www.bezwaarschriftenocw.nl/AlgemeneRubrieken/Veelgesteldevragen.asp
Uw aanpassing in de begripsbepaling onder punt a doet daar niets aan af.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Oedenrode; Gezien het voorstel van 26 februari 2010 Wat voor voorstel is er op 26 februari 2010 genomen en met wie?
Gelet op artikel 10, derde lid van de Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008; Besluit:
Vast te stellen de volgende regeling:
"Nadere regels artikel 10 Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008"
Artikel 1 Begripsbepalingen zijn geen regels maar begrippen
a. aanvrager: een eigenaar of een ander zakelijk gerechtigde op een monument of een toekomstig eigenaar of ander zakelijk gerechtigde op een monument op basis van een koopovereenkomst; en indien er geen koopovereenkomst is bv een kerkgebouw?
b. monument: beschermd gemeentelijk monument waarvan het besluit tot aanwijzing op grond van de Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008 onherroepelijk is geworden alsmede een geregistreerd beeldbepalend pand binnen het aangewezen gemeentelijk beschermd dorpsgezicht dan wel een op grond van deze verordening als aangewezen beschouwd monument; zie geen nut dat dit begrip iets toevoegd aan de erfgoedverordening dit is nl in artikel 1 al omschreven
c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Oedenrode; stond al in de oude verordening zie AD1
d. verordening: de Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008.
Artikel 2 Vergunningvrije werkzaamheden aan een gemeentelijk monument
Het verbod als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de verordening en de vergunningplicht als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de verordening geldt niet, indien het de volgende werkzaamheden aan een monument betreffen:
1. regulier onderhoud;
2. het aanbrengen van veranderingen van niet ingrijpende aard aan de buitenzijde van het monument mits:
- de verandering geen betrekking heeft op de draagconstructie;
- de bebouwde oppervlakte niet wordt uitgebreid;
- het bestaande niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd;
- de historische en monumentale waarden niet in het geding zijn;
- de verandering niet tot gevolg heeft dat het uiterlijk aanzicht van het bouwwerk verandert;
- de werkzaamheden moeten uit bouwkundig oogpunt noodzakelijk zijn;
- er moet sprake zijn van een herstel in de oorspronkelijke situatie, waarbij zoveel mogelijk bestaande materialen moeten worden hergebruikt. Welk percentage is niet genoemd dus kan het 1 steen zijn. Deze zin is de doodsteek voor alle monumenten
3. het aanbrengen van veranderingen van niet ingrijpende aard aan de binnenzijde van het monument mits:
- de verandering geen betrekking heeft op de draagconstructie;
- de werkzaamheden moeten uit bouwkundig oogpunt noodzakelijk zijn;
- de historische waarden niet in het geding zijn;
- het bestaande niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd.
4. het aanbrengen van kleine objecten zoals vlaggen(stokhouders), buitenlampen, naamborden met een maximale omvang van 0,1 m2.
5. het inrichten van een bouwplaats ten behoeve van werkzaamheden aan een beschermd gemeentelijk monument met een maximale instandhoudingtermijn van 1 jaar.
Aanvrager is verplicht wanneer hij voornemens is werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren als bedoeld in de artikelen 2 en 3 minimaal 4 weken voor de aanvang van de feitelijke werkzaamheden het college hieromtrent schriftelijk in kennis te stellen.
Artikel 5 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de eerste dag nadat de inhoud is bekend gemaakt. Vanwaar deze enorme haast= Bang voor een nieuw bestuur die er anders over denkt. 2 maart besloten 3 maar verkiezingsdag in werking gesteld, hoe doorzichtig kan het nog meer zijn.
Artikel 6 Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als "Nadere regels artikel 10 Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008".
Vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Sint- Oedenrode van 2 maart 2010.
Toelichting op de regeling
Deze regeling gaat over de mogelijkheid om in bepaalde gevallen de vergunningplicht op basis van de Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008 bij monumenten en voor eigendommen binnen het beschermd dorpsgezicht, te laten vervallen. Het derde lid van artikel 10 van de Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008 regelt deze mogelijkheid. Dit artikel bepaalt dat het verbod en de vergunningplicht als bedoeld in het tweede lid van de Verordening niet gelden indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Overigens geldt deze mogelijkheid tot het vaststellen van nadere regels uitsluitend voor gemeentelijke monumenten.
Het gaat hierbij in het algemeen om wijzigingen aan gemeentelijke monumenten en aan eigendommen binnen beschermde gemeentelijk dorpsgezichten, die niet van ingrijpende aard zijn. Deze regeling geldt niet voor rijksmonumenten. Tot nu toe hanteerde het college een vaste bestuurlijke gedragslijn waarbij onder bepaalde voorwaarden de werkzaamheden aan een deze monumenten uitgezonderd de rijksmonumenten konden worden uitgevoerd. In deze verordening zijn in de artikelen 2 en 3 deze werkzaamheden van niet-ingrijpende aard verder uitgewerkt.
Met name het reguliere onderhoud kan in vastomlijnde regels worden opgenomen, zodat burgers niet voor relatief eenvoudige wijzigingen (bijvoorbeeld met betrekking tot kleurstelling of het gebruik van identieke materialen) worden geconfronteerd met een vergunningprocedure. In deze nadere regels benoemen wij expliciet die situaties waarin de burger geen vergunning hoeft aan te vragen. De bouwkundige en monumentale kwaliteit moet evenwel voorop moet staan.
Het voeren van (voor)overleg staat centraal, zodat maatwerk kan worden geleverd. Praktisch gezien gaat een door burgemeester en wethouder aan te wijzen medewerker das erg summier omschreven zie liever een deskundige op gebied van restauratie staan van de gemeente, gezamenlijk met de initiatiefnemer, onderzoeken welke aanpassingen mogelijk zijn aan de hand van de algemene regels, zodat de monumentale waarde van het object niet of zo min mogelijk wordt aangetast.
Voor het bouwen en verbouwen alsmede het uitvoeren van andere werkzaamheden kan het zijn dat naast een vergunning op grond van de erfgoedverordening het ook noodzakelijk is dat een bouwvergunning op grond van de Woningwet is verleend. Het kan ook zijn dat op grond van deze "Nadere regels artikel 10 Erfgoedverordening Sint-Oedenrode 2008" geen vergunning nodig is op grond van de erfgoedverordening maar dat er voor werkzaamheden toch een bouwvergunning op grond van de Woningwet noodzakelijk is. Deze dient bij de gemeente te worden aangevraagd. Het is belangrijk dat hierover contact opgenomen wordt met de gemeente. Als je de nieuwe regels uitgelegd heb je voor een gemeentelijk monument nooit een vergunning nodig op grond van de erfgoedverordening je mag alles slopen er staat niet bij wat het percentage van gebuikte bouwmaterialen moet zijn. Welk kundig persoon moet hierover oordelen?.
In artikel 4 van de nadere regels is nog een meldingsplicht opgenomen voorafgaand aan de uitvoering van de feitelijke werkzaamheden. Hoewel de meeste werkzaamheden op grond van de Woningwet lichtvergunningplichtig zullen zijn, voorkomt deze meldingsplicht dat werkzaamheden worden uitgevoerd op grond van deze nadere regels zonder dat het college daarover vooraf is geïnformeerd. Onder het woord "schriftelijk" kan ook een kennisgeving langs elektronische weg worden verstaan (per e-mail) wanneer de weg daartoe expliciet is opengesteld als bedoeld in artikel 2:14 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Deze nadere regels hebben het karakter van algemeen verbindende voorschriften en zullen ook op grond van artikel 139 e.v. van de Gemeentewet bekend worden gemaakt.
Het is mij duidelijk gezien de reactie van firma van Stiphout dat hij willens en wetens zich niet aan zijn afspraak wil houden. Controle van een architect wil hij ook niet. Kortom al de moeite ten spijt van de Gemeenteraad College en van Vessem. Het is een centen kwestie niks meer en niks minder.
Een prominent lid van de monumentencommissie stapt uit deze adviesraad. `deze wijzing in de verorderning is de druppel die de emmer doet overlopen`.
Ik hoop dat de heemkundekring en de monumenten commssie een ongezonden stuk in de midden-brabant en/of ED willen plaatsen over haar visie.

